ECLI:NL:HR:2011:BQ0830

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03375
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM wegens onjuiste akte hoger beroep

In deze strafzaak oordeelde het Gerechtshof Arnhem dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk was in hoger beroep omdat in het dossier geen ondertekende akte aanwezig was waarin het OM hoger beroep instelde tegen het eindvonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 september 2009. Wel was een akte aanwezig waarin het OM beroep instelde tegen een andere beslissing, namelijk een afwijzing van een vordering door de Meervoudige Strafraadkamer. Deze akte was echter onjuist en door het OM ondertekend.

Het hof stelde vast dat het OM niet binnen de resterende beroepstermijn de fout had hersteld en verklaarde het OM daarom niet-ontvankelijk. Het hof legde de fout aan het OM toe omdat de onjuiste akte door de officier van justitie was ondertekend.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van het OM verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat het OM niet-ontvankelijk was, geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en niet onbegrijpelijk was. Het middel van het OM faalde daarmee en het arrest van het hof bleef in stand.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 24 mei 2011, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan betrokken waren.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van een juiste akte hoger beroep.

Uitspraak

24 mei 2011
Strafkamer
nr. 10/03375
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 21 juli 2010, nummer 24/002637-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
2.2. Het bestreden arrest houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
"In het dossier bevindt zich een akte rechtsmiddel d.d. 17 september 2009, waarin mr. W. Ludwig, officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad, verklaart beroep in te stellen tegen de beslissing betreffende verdachte omtrent een afwijzing vordering d.d. 15 september 2009 gewezen door de Meervoudige Strafraadkamer. Ook is vermeld op de akte rechtsmiddel het appelnummer 09/1075. Dit nummer is doorgehaald en daarbij is met pen geschreven het nummer 1230.
Het hof stelt vast dat zich in het dossier geen ondertekende akte bevindt waarbij door het openbaar ministerie hoger beroep is ingesteld tegen het in de zaak tegen verdachte gewezen (eind-)vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 15 september 2009.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is wel komen vast te staan dat de officier van justitie voornemens is geweest het hoger beroep te richten op het eindvonnis, zodat vaststaat dat een onjuiste akte is opgemaakt.
Naar het oordeel van het hof dient de omstandigheid dat een onjuiste akte is opgemaakt echter voor rekening te komen van het openbaar ministerie. Nu de onjuiste akte door de officier van justitie is ondertekend en de resterende beroepstermijn niet is gebruikt om deze fout te herstellen dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard te worden in het hoger beroep."
2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep, aangezien zich in het dossier geen ondertekende akte bevindt waarbij door het Openbaar Ministerie hoger beroep is ingesteld tegen het in de zaak tegen de verdachte gewezen eindvonnis. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de akte die zich wel in het dossier bevindt betrekking heeft op een andere beslissing, namelijk een "afwijzing vordering" door de "Meervoudige Strafraadkamer", dat deze door de griffier opgemaakte akte door de Officier van Justitie is ondertekend en dat de resterende beroepstermijn niet door het Openbaar Ministerie is gebruikt om deze fout te herstellen. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.
2.4. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 24 mei 2011.