ECLI:NL:HR:2011:BQ1705

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01010
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:44 BWArt. 6:228 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens bedrog of dwaling

In deze zaak stond de vraag centraal of een vaststellingsovereenkomst vernietigbaar is wegens bedrog of dwaling. De eiser, woonachtig in België, had tegen Noviplan Projektontwikkeling B.V. een procedure gevoerd die leidde tot een vonnis van de rechtbank Breda en een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Na het arrest van het hof stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken en concludeerde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van eiser en bevestigt daarmee de vernietigbaarheid van de vaststellingsovereenkomst wegens bedrog of dwaling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de artikelen 3:44 en 6:228 BW inzake vernietiging van overeenkomsten bij bedrog of dwaling en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiegronden die geen wezenlijke rechtsvragen oproepen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens bedrog of dwaling bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/01010
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
NOVIPLAN PROJEKTONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te Oisterwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Noviplan.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 163704 / HA ZA 06-1361 van de rechtbank Breda van 21 november 2007;
b. het arrest in de zaak HD 200.002.317 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 oktober 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Noviplan heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft op 8 april 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Noviplan begroot op € 6.261,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.