ECLI:NL:HR:2011:BQ2071
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel dat handel in opties geen bron van inkomen is
Belanghebbende was tot 31 maart 2003 werkzaam in loondienst in de financiële sector, met focus op beleggingsadvies. Na beëindiging van zijn dienstverband zette hij soortgelijke werkzaamheden voort en handelde hij voor eigen rekening in opties. In 2003 leed hij een verlies van €68.821 en maakte hij €1602 aan kosten.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelden dat de handel in opties geen bron van inkomen opleverde. Het Hof vond dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij met zijn handel een meer dan louter speculatief voordeel kon behalen, mede omdat hij niet in staat was het koersverloop te beïnvloeden.
De Hoge Raad toetste dit oordeel niet inhoudelijk, omdat het gebaseerd is op feitenwaardering die aan het Hof is voorbehouden. Rechts- en motiveringsklachten faalden. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de handel in opties geen bron van inkomen is.