Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 oktober 2024 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 1. Naam, doel en activiteiten
Artikel 2. Ingangsdatum
Artikel 3. Inbreng
Artikel 5. Vordering
Artikel 6. Lidmaatschap en Clearingcontract
Artikel 7. Aandeel in de SAMENWERKING
Artikel 8. Bestuur en beheer
Artikel 9. Beleid en Werkzaamheden
Artikel 10. Boekjaar en jaarrekening,
Artikel 11. Definitie uitkeerbare winst
Artikel 12 verdeling Pro uitkeerbare winst of verlies
Artikel 13. Aansprakelijkheid
Artikel 2. Ingangsdatum
Artikel 3. Verplichtingen van partijen
Artikel 4. Werkplek
Artikel 5. Handel
Artikel 6. Aansprakelijkheid
Overzicht handelaren Resultaat 2023
€ 2.110. De aanslag is overeenkomstig de kennisgeving opgelegd.
leverage’ waardoor hij meer transacties of transacties van grotere omvang kan verrichten dan wanneer hij buiten het samenwerkingsverband zou beleggen, kan eiser gebruik maken van de infrastructuur van [bedrijf 1] wat hem onder andere in staat stelt om informatie over aangehouden of aan te kopen aandelen op één beeldscherm weer te geven, en is tussen hem en [bedrijf 1] een winst- en verliesverdeling afgesproken. Al deze omstandigheden maken echter niet dat eiser daarmee in staat wordt gesteld de koersbeweging van de effecten op transactie- of orderniveau te voorzien. Ook de omvang van en het aantal orders en de gemaakte afspraken over de winst- en verliesdeling in de oude samenwerkingsovereenkomst maken niet dat het voordeel op zichzelf voorzienbaar was. Gesteld noch gebleken is dat eiser transacties van zodanige omvang verrichte dat deze een markt beïnvloedende werking zouden hebben. Voorts is, gelet op hetgeen beide partijen over en weer hebben gesteld en onderbouwd, niet aannemelijk geworden dat eiser door de samenwerking met [bedrijf 1] kon handelen tegen lagere transactiekosten en/of hogere transactiesnelheden, waardoor hij een grotere kans zou hebben op positieve beleggingsresultaten. De uiteenlopende (waaronder negatieve) resultaten van de andere handelaren die op basis van vergelijkbare overeenkomsten met [bedrijf 1] handelden in effecten, vormen bovendien een contra-indicatie ten opzichte van het standpunt van verweerder dat het samenwerkingsverband eiser een zodanige voorsprong oplevert.
Beslissing
mr. C. Huisman, leden, in aanwezigheid van mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2024.