Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 maart 2021 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
3. KostenvergelijkingAls onderdeel van het feitelijk onderzoek heeft u tijdens het hoorgesprek toegezegd een -min of meer reeds voorhanden zijnde- overzicht te overleggen, dat ziet op het verschil in kosten bij beursorders tussen handelaren voor de [H] en particuliere beleggers die dit via een reguliere broker doen. E.e.a. om aan te tonen dat het verschil verwaarloosbaar zou zijn (zie onderdeel 10 ii van het hoorverslag).
Inmiddels hebben wij (net als u) per e-mail van 17 augustus 2019 van de heer [M] een spreadsheet met een kostenoverzicht voor de heer [eiser] van januari 2019 ontvangen. Dit specifieke overzicht is door de heer [M] samengesteld op mijn telefonische verzoek van 31 juli 2019. Om tot een vergelijking te kunnen komen, hebben wij uiteraard ook nog een kostenoverzicht nodig voor deze/vergelijkbare transacties via een reguliere broker.
4.2. Bij mijn heroverweging heb ik in het dossier geen procedureafspraken gevonden, waardoor bij mij twijfel rees of de aanvankelijke gedachte van een proefproces in de primaire fase wel is geconcretiseerd.
4.3. Uit het verloop van mijn onderzoek leid ik af dat ook materieel niet wordt voldaan aan de vereisten van een proefprocedure.
[…]
4.7. Mijn onderzoek heeft wel geleid tot verwerving van bepaalde feiten maar niet van voldoende feiten om de bestreden beschikking - en dus ook de voorlopige aanslagen - te bevestigen. Ik kan dus bij de huidige stand van zaken niet met de vereiste zorgvuldigheid deze beschikking bevestigen.”