ECLI:NL:HR:2011:BQ2802

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01826
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tijdig beroep op ontbindende voorwaarde en verschuldigdheid contractuele boete

In deze zaak stond centraal of het beroep op een ontbindende voorwaarde tijdig was gedaan en of een contractuele boete verschuldigd was. De procedure begon bij de rechtbank Groningen, waarna het gerechtshof Leeuwarden een arrest wees dat door eisers in cassatie werd aangevochten.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het arrest van het gerechtshof Leeuwarden ongewijzigd van kracht.

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van art. 81 RO Pro met betrekking tot de motiveringsplicht bij cassatie en onderstreept het belang van tijdig en correct beroep op contractuele voorwaarden in civiele procedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/01826
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats], Oostenrijk,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 94216/HA ZA 07-447 van de rechtbank Groningen van 11 juli 2007 en 16 juli 2008;
b. het arrest in de zaak 200.015.654/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 22 december 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.331,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.