ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3285
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over waarde lijfrenteverzekering op expiratiedatum bevestigd
Belanghebbende had een lijfrenteverzekering die op 31 december 2005 expiratiedatum bereikte met een waarde van €6.758. De inspecteur rekende deze waarde ten onrechte toe aan het inkomen uit werk en woning over 2006, terwijl uitbetaling pas in 2012 plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat de kapitaalsuitkering geacht moet worden genoten op het moment van vorderbaarheid, dus 31 december 2005, en niet in 2006.
In hoger beroep was het geschil of de waarde van de polis op de expiratiedatum terecht tot het belastbare inkomen uit werk en woning over 2006 werd gerekend. Het hof stelde vast dat belanghebbende een keuzerecht had over de wijze van aanwending van het kapitaal, maar dit keuzerecht verhindert niet dat de waarde in 2006 werd belast, omdat de lijfrenteclausule niet binnen een redelijke termijn werd uitgevoerd.
Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat bij niet-uitvoering van de lijfrenteclausule binnen een redelijke termijn, heffing moet plaatsvinden in het jaar waarin die termijn afloopt. Die termijn was in dit geval uiterlijk 31 december 2006 verstreken. Het incidenteel hoger beroep over toerekening van aftrekposten aan de echtgenote en een schadevergoeding werd afgewezen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De waarde van de polis op de expiratiedatum is terecht belast in het inkomen uit werk en woning over 2006.