ECLI:NL:HR:2011:BQ3148
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring weigering ademonderzoek te Rotterdam
Op 8 september 2007 werd verdachte te Rotterdam aangehouden op verdenking van het niet meewerken aan een ademonderzoek als bedoeld in artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Getuigen verklaarden dat verdachte zonder helm op een bromfiets reed en hen lastigviel. Politieambtenaren van Rotterdam-Rijnmond troffen verdachte aan en constateerden aanwijzingen van alcoholgebruik. Verdachte weigerde medewerking aan het ademonderzoek en werd daarop aangehouden.
Het hof verklaarde het feit bewezen dat verdachte te Rotterdam het ademonderzoek weigerde. Verdachte voerde in cassatie aan dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat het feit te Rotterdam is gepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht uit de korte tijd tussen aanhouding en weigering en de betrokkenheid van Rotterdamse politieambtenaren heeft geconcludeerd dat het feit te Rotterdam is gepleegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en het oordeel van het hof. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 juni 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring van het weigeren medewerking aan het ademonderzoek te Rotterdam.