ECLI:NL:HR:2011:BQ3869

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04144
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 5:21 BWArt. 5:37 BWArt. 5:39 BWArt. 5:44 BW
Verwijzingen
12 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in burengeschil over gedeeltelijke demping vijver

In deze zaak staat een burengeschil centraal waarbij eiser bezwaar maakt tegen de gedeeltelijke demping van een vijver door de verweerster, de Vereniging Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Anthos). De procedure begon bij de rechtbank 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil behandelde en een arrest uitvaardigde.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep op basis van de aangevoerde middelen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser reageerde.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen. Tevens wordt eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van €3.201,34 ten gunste van Anthos.

De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties en sluit het geschil af met een definitieve uitspraak over de kwestie van de gedeeltelijke demping van de vijver.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

2 september 2011
Eerste Kamer
09/04144
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
DE VERENIGING KONINKLIJKE HANDELSBOND VOOR BOOMKWEKERIJ- EN BOLPRODUCTEN (ANTHOS),
gevestigd te Hillegom,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J. de Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Anthos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 271928/HA ZA 06-2875 van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 mei 2007;
b. het arrest in de zaak 105.006.568/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Anthos heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 mei 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Anthos begroot op € 1.001,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.