ECLI:NL:HR:2011:BQ3878

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01018
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7:670b BWArt. 7:681 BW
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige opzegging tijdens ziekte en wijst beroep af

In deze zaak stond de vraag centraal of een opzegging door de werkgever tijdens de ziekte van de werknemer rechtsgeldig kon zijn en of sprake was van kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer had tegen de opzegging bezwaar gemaakt en de zaak was in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij de lagere rechter en het gerechtshof de opzegging hadden bevestigd.

De werknemer stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het geschil verder heeft beoordeeld. De Hoge Raad heeft de klachten van de werknemer onderzocht, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Daarbij werd overwogen dat de opzegging niet in strijd was met de wettelijke bepalingen omtrent bescherming tijdens ziekte en dat er geen sprake was van kennelijk onredelijk ontslag.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de werknemer en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd de eerdere beslissing van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de opzegging in stand. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid voor werkgevers om onder bepaalde voorwaarden een rechtsgeldige opzegging tijdens ziekte uit te spreken.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de opzegging tijdens ziekte en wijst het beroep van de werknemer af.

Uitspraak

2 september 2011
Eerste Kamer
10/01018
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 441767, rolnummer 678/06 van de kantonrechter te Helmond van 13 september 2006 en 14 november 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.006.190 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.