ECLI:NL:HR:2011:BQ3878
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige opzegging tijdens ziekte en wijst beroep af
In deze zaak stond de vraag centraal of een opzegging door de werkgever tijdens de ziekte van de werknemer rechtsgeldig kon zijn en of sprake was van kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer had tegen de opzegging bezwaar gemaakt en de zaak was in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij de lagere rechter en het gerechtshof de opzegging hadden bevestigd.
De werknemer stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het geschil verder heeft beoordeeld. De Hoge Raad heeft de klachten van de werknemer onderzocht, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Daarbij werd overwogen dat de opzegging niet in strijd was met de wettelijke bepalingen omtrent bescherming tijdens ziekte en dat er geen sprake was van kennelijk onredelijk ontslag.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de werknemer en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd de eerdere beslissing van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de opzegging in stand. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid voor werkgevers om onder bepaalde voorwaarden een rechtsgeldige opzegging tijdens ziekte uit te spreken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de opzegging tijdens ziekte en wijst het beroep van de werknemer af.