ECLI:NL:HR:2011:BQ4665
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert berekening wederrechtelijk verkregen voordeel in profijtontnemingszaak
In deze cassatieprocedure stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene was door het hof veroordeeld tot betaling van €33.771,- aan de Staat. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest vanwege een misslag in de berekening van het voordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte uitging van een hogere hoeveelheid verkochte cocaïne (618,5 gram in plaats van 615,6 gram) in de periode van 1 april tot en met 2 mei 2006. Deze fout leidde tot een te hoog vastgesteld bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad verbeterde dit bedrag naar €33.611,- en legde de betrokkene de betalingsverplichting voor dit gecorrigeerde bedrag op. Voor het overige werd het beroep verworpen. De overige middelen van cassatie werden niet ontvankelijk verklaard of bleken niet gegrond.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij de griffier aanwezig was. Dit arrest bevestigt de zorgvuldigheid die vereist is bij de berekening van ontnemingsvorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad corrigeert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel naar €33.611,- en legt de betalingsverplichting voor dit bedrag op.