ECLI:NL:PHR:2011:BQ4665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij handel in cocaïne
In deze zaak staat de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, voortvloeiend uit een veroordeling voor handel in cocaïne. Het hof had het voordeel berekend op basis van telefoontaps en andere bewijsmiddelen, waarbij een pondspondsgewijze verdeling tussen betrokkene en haar zoon werd toegepast. De verdediging voerde onder meer aan dat de berekening onjuist was en dat individuele benadering noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de bewijsmiddelen en de wijze van berekening, behoudens een kennelijke misslag in de vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad corrigeert dit bedrag van €33.771,- naar €33.611,- en vermindert daarmee de betalingsverplichting van betrokkene.
Verder bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat betrokkene en haar zoon als medeplegers handelden, ondanks vrijspraak voor het bezit van een bepaalde hoeveelheid cocaïne bij de zoon. De overige middelen van cassatie worden verworpen, waarmee het hof in alle andere opzichten wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot €33.611,- en verwerpt verder het cassatieberoep.