ECLI:NL:HR:2011:BQ4828

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02703
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 BWArt. 1:461 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag bewindvoerder en mentor afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot ontslag van een bewindvoerder en mentor centraal, waarbij eiser cassatie instelde tegen eerdere beslissingen van rechtbank en gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Groningen en het gerechtshof Arnhem, waarin het verzoek was behandeld en afgewezen.

Het cassatieberoep richtte zich tegen de bevestiging van deze beslissingen, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het besluit tot het niet ontslaan van de bewindvoerder en mentor bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door een kamer van raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het niet-ontslag van de bewindvoerder en mentor is verworpen.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
10/02703
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als eiser en verweerders.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 393586 BM VERZ 09-281 van de rechtbank Groningen van 7 april 2009;
b. de beschikkingen in de zaak 200.037.517 van het gerechtshof te Arnhem van 25 maart 2010 en 8 juni 2010 (herstelbeschikking).
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft eiser beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.