ECLI:NL:HR:2011:BQ5101

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03493
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak werkgeversaansprakelijkheid

In deze zaak stond de vraag centraal of de werkgever aansprakelijk kon worden gehouden voor de door eiser geleden schade. De rechtbank Arnhem heeft eerder vonnissen gewezen, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Arnhem dat de aansprakelijkheid van de werkgever bevestigde. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiser verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 2.585,34. Hiermee kwam een einde aan het geding in cassatie, waarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof Arnhem in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
10/03493
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 453161\CV EXPL 06-4302 van de rechtbank Arnhem van 6 juli 2007 en 11 juli 2008;
b. het arrest in de zaak 200.016.534 van het gerechtshof te Arnhem van 4 mei 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. Voor [verweerster] is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. W.M. van Tellingen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.