ECLI:NL:HR:2011:BQ6692
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder compensatie in ontnemingszaak
Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het beroep was ingesteld door betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 6 oktober 2009.
De Hoge Raad beoordeelde twee middelen. Het eerste middel werd zonder nadere motivering verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep. Het tweede middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Hoewel de Hoge Raad het middel gegrond achtte, leidde dit niet tot cassatie. De overschrijding van de redelijke termijn werd gecompenseerd in de samenhangende strafzaak die ook in cassatie aanhangig is. Daarom verbond de Hoge Raad aan de overschrijding in deze ontnemingszaak geen rechtsgevolg en verwierp het beroep van betrokkene.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks erkenning van termijnoverschrijding, omdat compensatie in de samenhangende strafzaak wordt toegepast.