ECLI:NL:HR:2011:BQ6702
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deels arrest belaging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote en stelselmatige belaging van haar en haar kinderen.
De bewezenverklaring omvatte onder meer dat verdachte zijn echtgenote bij de keel had gegrepen en haar keel had dichtgeknepen, en dat hij gedurende anderhalf jaar herhaaldelijk bij haar woning had aangebeld, gebonkt, gebeld en met de auto langs was gereden om haar en de kinderen te intimideren. Het hof baseerde zich op verklaringen van verdachte, het slachtoffer, de kinderen en getuigen.
De Hoge Raad oordeelt dat niet alle onderdelen van de bewezenverklaring voldoende uit de bewijsmiddelen blijken, met name de mishandeling op 10 mei 2003 en de belaging van de kinderen. Daarnaast kan in cassatie niet voor het eerst worden geklaagd over het ontbreken van een klacht van alle belaagden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de feiten en strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting op basis van het bestaande hoger beroep.
De overige klachten worden verworpen en het beroep wordt voor het overige afgewezen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 27 september 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt deels vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.