ECLI:NL:PHR:2011:BQ6702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling mishandeling en belaging met cassatievernietiging en terugwijzing
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote en belaging van haar en haar kinderen. De mishandeling bestond uit het bij de keel grijpen van de echtgenote, waarbij zij pijn ondervond. De belaging betrof herhaaldelijk aanbellen, bellen en langsrijden bij de woning van het slachtoffer en haar kinderen.
In cassatie klaagde verdachte onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het mishandelingsfeit te Enschede was gepleegd en dat het OM ten onrechte ontvankelijk was verklaard voor de vervolging van de belaging jegens de kinderen zonder dat zij zelf een klacht hadden ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring omtrent de plaats van het mishandelingfeit niet met redenen had omkleed en dat het OM niet ontvankelijk mocht zijn verklaard voor de belaging van de kinderen zonder eigen klachten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het mishandeling en belaging betrof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem of een ander hof voor een nieuwe beoordeling. Het middel over de redelijke termijn werd verworpen. De overige klachten werden afgewezen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor mishandeling en belaging en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.