ECLI:NL:HR:2011:BQ7047

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02013
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg overeenkomst tot verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap

De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw over de uitleg van een overeenkomst tot verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap. De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het hof zijn standpunt verwierp.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de zaak en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De klachten van de man worden door de Hoge Raad niet gegrond bevonden en leiden niet tot cassatie.

Gezien het ontbreken van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, geeft de Hoge Raad geen nadere motivering. Het beroep wordt verworpen en de man wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de vrouw nihil worden begroot.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 9 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
10/02013
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. T. Scholtus,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 667056/07-11135 van de kantonrechter, locatie 's-Gravenhage, van 20 september 2007;
b. het arrest in de zaak 105.007.553/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vrouw is verstek verleend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren, F.B. Bakels, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.