ECLI:NL:HR:2011:BQ7061

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04817
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontheffing uit ouderlijk gezag

In deze zaak heeft de bijzonder curator, optredend namens een minderjarig kind, cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage die de ontheffing uit het ouderlijk gezag bevestigde. De Raad voor de Kinderbescherming trad op als verweerder in cassatie, maar heeft geen verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de bijzonder curator heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad heeft daarop het beroep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door Numann op 8 juli 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bijzonder curator wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/04817
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
mr. Martinus Jan Willem HOEK, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over het minderjarige kind [het kind],
kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de bijzonder curator en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 327639 van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 juni 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.043.351/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 augustus 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de bijzonder curator beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de bijzonder curator heeft bij brief van 27 mei 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.