ECLI:NL:HR:2011:BQ7233
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak navorderingsaanslagen en boeten buitenlandse bankrekeningen
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000 wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxemburg. De Inspecteur baseerde de aanslagen mede op gegevens uit een Belgisch onderzoek en maakte gebruik van de omkering van de bewijslast vanwege het niet volledig verstrekken van gevraagde gegevens.
Het hof verklaarde de beroepen van belanghebbende deels gegrond, verminderde de aanslagen en boeten, maar liet de hoofdlijnen van de navorderingen en boeten in stand. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de boeten en verhogingen niet volledig juist heeft beoordeeld, mede gelet op eerdere jurisprudentie over de modelmatige berekening van correcties en de toepassing van de omkering van de bewijslast. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de boeten en verhogingen betreft en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.
De Hoge Raad wijst tevens het betaalde griffierecht aan belanghebbende toe en benadrukt dat het gerechtshof bij de herbeoordeling rekening dient te houden met de juiste toepassing van de wettelijke voorschriften en eerdere arresten. De overige middelen worden verworpen, en de procedurekosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de verhogingen en boeten betreft en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.