ECLI:NL:HR:2011:BQ7975
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Nietigheid wegens ontbreken beslissing op voorwaardelijk getuigenverzoek in strafzaak
In deze strafzaak was een voorwaardelijk verzoek gedaan door de verdediging om de portier en de eigenaar van de discotheek als getuigen te horen, op grond van artikel 328 jo Pro. 331 en 415 Sv. Het hof had in het bestreden arrest geen uitdrukkelijke beslissing genomen over dit verzoek, terwijl de aan het verzoek verbonden voorwaarde was vervuld. Dit verzuim leidt volgens de Hoge Raad tot nietigheid van het arrest.
De verdediging had aangevoerd dat de politie disproportioneel geweld had toegepast bij de aanhouding van de verdachte, en verzocht om het horen van betrokken verbalisanten en de genoemde getuigen. Het hof oordeelde dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was en zag geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen.
De Hoge Raad stelt dat het ontbreken van een uitdrukkelijke beslissing op het voorwaardelijk getuigenverzoek in strijd is met de vereisten van het wetboek van strafvordering en leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het verzoek alsnog moet worden behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen op het voorwaardelijk getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.