Conclusie
Nummer22/01766
Inleiding
Het eerste middel
Feit 1
Het tweede middel
Het derde middel
Standpunt van de verdediging(…)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor twee feiten van valsheid in geschrift en verduistering in dienstbetrekking, met een gevangenisstraf van achttien maanden. Het hof verklaarde tevens voorwerpen verbeurd en legde een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van de benadeelde partij.
De verdediging had voorwaardelijke verzoeken ingediend tot nader politieonderzoek naar de echtheid van een e-mail en mogelijke misstanden binnen het bedrijf [B]. Het hof had nagelaten uitdrukkelijk op deze verzoeken te beslissen, wat de Hoge Raad als een nietigheid beschouwt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten onderzoeken of de e-mail vals was en of nader onderzoek naar de interne misstanden noodzakelijk was.
Daarnaast klaagde de verdediging over de bewezenverklaring van het opzet bij het tweede feit. Het hof had geoordeeld dat de verdachte willens en wetens een vals e-mailbericht met een bijlage had opgesteld, ondanks de stelling van een menselijke fout. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof alleen voor het eerste tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Tevens merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat de duur van de gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel wettelijk op maximaal 360 dagen moet worden gesteld.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het eerste tenlastegelegde feit en de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.