ECLI:NL:HR:2011:BQ8778
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping cassatieberoep inzake vaststelling erfgrens en extinctieve verjaring
In deze zaak stond de vaststelling van een erfgrens centraal, waarbij tevens de toepassing van extinctieve verjaring volgens de artikelen 3:105 en 3:306 BW aan de orde was. Eiseres had in de feitelijke instanties een procedure gevoerd tegen verweerder, waarbij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch op 17 november 2009 een arrest heeft gewezen dat aan het arrest van de Hoge Raad gehecht is.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl verweerder niet is verschenen en verstek is verleend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO Pro. De advocaat van eiseres heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde niet inhoudelijk op de klachten, omdat deze niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd op 30 september 2011 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Schendel, met Bakels als voorzitter en de raadsheren Asser en Drion als medeondertekenaars.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres is verworpen zonder nadere motivering.