ECLI:NL:HR:2011:BR1151
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen van cassatie. Het eerste middel wordt verworpen zonder nadere motivering omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.
Het tweede middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat stukken te laat door het Hof zijn ingezonden in de cassatiefase. De Hoge Raad acht dit middel gegrond en vermindert daarom de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden naar zeven jaar en twee maanden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 27 september 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van zeven jaar en zes maanden naar zeven jaar en twee maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.