ECLI:NL:HR:2011:BR2090
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het eerste en tweede middel niet tot cassatie kunnen leiden. Het derde middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad acht dit middel gegrond en heeft dit als reden genomen om de opgelegde gevangenisstraf te verminderen. De straf is verminderd tot 23 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voor het overige is het beroep verworpen.
De Hoge Raad heeft geen andere gronden gevonden om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 27 september 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 23 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn.