ECLI:NL:HR:2011:BR2105
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De verdachte was in voorlopige hechtenis en stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.
Dit leidde tot ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren naar zes jaren en elf maanden. Het middel van cassatie van de verdachte werd verworpen omdat het niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en handhaafde het verder. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 6 september 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaar naar zes jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.