ECLI:NL:HR:2011:BR3085

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02469
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 6:217 BWArt. 6:227 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging oordeel hof inzake wijziging huurovereenkomst bedrijfsruimte

DEM Management Services B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2009, waarin een geschil over de wijziging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte aan de orde was. De zaak betrof de uitleg en wijziging van de overeenkomst en de toepasselijkheid van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, met name artikelen 3:33, 3:35, 6:217 en 6:227 BW.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de procedure, waaronder het vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 1 oktober 2008 en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt verworpen en DEM wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

7 oktober 2011
Eerste Kamer
10/02469
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DEM MANAGEMENT SERVICES B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. W.E. Pors en aanvankelijk mr. J.C. van der Steur, thans mr. P.I.A. Strijdhorst,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DEM en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 377303/CV EXPL 08-3162 van de kantonrechter te Haarlem van 1 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak 200.023.073/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 december 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft DEM beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DEM in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem - Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2011.