ECLI:NL:HR:2011:BR5060
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens weigering detachering
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet centraal, waarbij de werknemer werd ontslagen omdat hij hardnekkig weigerde te voldoen aan een redelijke opdracht tot het verrichten van werkzaamheden in detachering. De feiten betroffen een arbeidsrelatie waarin de werkgever een detacheringopdracht gaf die de werknemer niet wilde accepteren.
De zaak werd behandeld in de lagere instanties, waaronder de kantonrechter te Alkmaar en het gerechtshof te Amsterdam, die het ontslag als rechtsgeldig beoordeelden. De werknemer stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en daarmee het oordeel van het hof bekrachtigd. De klachten van de werknemer konden niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde de werknemer tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee is bevestigd dat het ontslag op staande voet op grond van artikel 7:678 lid 2 sub j BW Pro rechtsgeldig was vanwege de hardnekkige weigering van de werknemer om de detacheringopdracht uit te voeren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet wegens weigering van de werknemer om een redelijke detacheringopdracht uit te voeren.