ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1067
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens hardnekkige weigering detachering
Werknemer werd op 16 maart 2006 ontslagen op staande voet wegens onjuist invullen van weekstaten en nevenwerkzaamheden, maar dit ontslag werd later ingetrokken en vervangen door een waarschuwing. In juni 2006 was er te weinig werk binnen het bedrijf, waarna werkgever werknemer opdracht gaf tot detachering bij GTI Amsterdam als werkvoorbereider, wat onderdeel was van de bedongen arbeid.
Werknemer uitte meerdere bezwaren tegen deze detachering, waaronder zorgen over werkvariatie, arbeidsvoorwaarden en persoonlijke omstandigheden. Na gesprekken en schriftelijke waarschuwingen bleef werknemer weigeren de detachering te aanvaarden en meldde zich ziek. Werkgever gaf hem tot 14 oktober 2006 de tijd om alsnog te accepteren, waarna op 16 oktober 2006 het ontslag op staande voet werd gegeven wegens weigering te voldoen aan een redelijke opdracht.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was en verklaarde het ontslag nietig, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof stelde dat de opdracht tot detachering redelijk was en dat de weigering een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. Het ontslag werd als onverwijld gegeven beoordeeld. De vorderingen van werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de vorderingen van werknemer af en bevestigt het ontslag op staande voet wegens weigering van redelijke detacheringstaken.