ECLI:NL:HR:2011:BS1707

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01661
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 351 lid 3 sub c FwArt. 351 lid 3 sub d FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming plichten volgens Faillissementswet

De zaak betreft een verzoeker die in het kader van een wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) niet voldeed aan de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank Rotterdam had de schuldsaneringsregeling beëindigd wegens deze niet-nakoming, hetgeen later door het gerechtshof te 's-Gravenhage werd bevestigd. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de aangevoerde klachten in het cassatieberoep niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 351, lid 3, sub c en d van de Faillissementswet. Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en uitgesproken door Van Schendel op 30 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.

Uitspraak

30 september 2011
Eerste Kamer
Nr. 11/01661
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. J.C. Meijroos en mr. A. Ramsoedh.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak met het insolventienummer 08/325 R van de rechtbank Rotterdam van 30 juli 2008, 19 november 2010 en 4 januari 2011,
b. het arrest in de zaak 200.080.012/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 maart 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 11 augustus 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.