ECLI:NL:HR:2011:BS1742
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Inzet politiefunctionaris als stand-in niet onrechtmatig in fraudezaak
In deze strafzaak stond de inzet van een politiefunctionaris als stand-in centraal, die in een fraudeonderzoek optrad in plaats van het slachtoffer om verdachten aan te houden. Het hof had geoordeeld dat deze inzet niet onrechtmatig was, ondanks het gebruik van valse papieren en vals geld, omdat de wet geen uitputtende regeling kent en de inzet proportioneel en subsidiar was.
De verdachte werd onder meer veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en oplichting. De fraude betrof onder meer het misleiden van een benadeelde met valse documenten en het vragen van betalingen onder valse voorwendselen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het recht op een eerlijk proces door de inzet van de stand-in. Dit verweer werd door het hof verworpen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de inzet van de stand-in niet onrechtmatig was, mede omdat de politie pas werd ingeschakeld nadat een concrete afspraak was gemaakt en de stand-in direct overging tot aanhouding.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf werd verminderd tot drie jaar en tien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de rechtmatigheid van de inzet van een stand-in en verminderde de gevangenisstraf tot drie jaar en tien maanden wegens termijnoverschrijding.