ECLI:NL:HR:2011:BS8796

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03964
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 78 ROArt. 80 ROArt. 398 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in onrechtmatige daad zaak na verstekvonnis kantonrechter

In deze zaak vorderde eiser cassatie tegen een vonnis van de kantonrechter te Rotterdam inzake een onrechtmatige daad. Eiser was in eerste aanleg succesvol in een verstekvonnis, maar het verzetvonnis van 16 juli 2010 werd aangevochten in cassatie. Verweerders verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 18 november 2011. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil werden begroot aan de zijde van de verweerders.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

18 november 2011
Eerste Kamer
nr. 10/03964
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], [verweerster 1] en [verweerder 2].
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het verstekvonnis in de zaak 1013162\CV EXPL 09-32935 van 21 augustus 2009 en het verzetvonnis in de zaak 1037423\CV EXPL 09-46331 van 16 juli 2010, beide van de kantonrechter te Rotterdam.
Het vonnis van 16 juli 2010 van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstvermeld vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster 1] en [verweerder 2] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en [verweerder 2] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 18 november 2011.