ECLI:NL:HR:2011:BT2216
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vennootschapsbelasting bij zetelverplaatsing pensioen BV
Belanghebbende, een BV die in 1993 werd opgericht, nam toen een pensioenverplichting over van Beheer BV, waarin A en zijn broer elk de helft van de aandelen hielden. A was directeur en enig aandeelhouder van belanghebbende. De pensioenverplichting werd overgedragen samen met het pensioenkapitaal. Later deed A afstand van zijn pensioenrechten.
De Rechtbank Haarlem vernietigde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1993, die door de Inspecteur was gehandhaafd. Het Hof Amsterdam bevestigde dit oordeel. De discussie betrof vooral de waardering van de pensioenverplichting op het moment van overdracht en zetelverplaatsing van belanghebbende naar de Nederlandse Antillen.
De Hoge Raad oordeelde dat het prijsgeven van pensioenrechten afhankelijk was van de overdracht van de pensioenverplichting en dat het onaannemelijk was dat A ook jegens Beheer BV zou afzien van zijn rechten. Het Hof had terecht geoordeeld dat bij de waardering van de pensioenverplichting geen rekening hoefde te worden gehouden met het latere afzien van pensioenrechten. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.