ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3212
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag wegens ontgaan belastingheffing pensioenreserves na zetelverplaatsing
In deze zaak stond centraal of de inspecteur bevoegd was tot het opleggen van een navorderingsaanslag aan belanghebbende, een vennootschap die haar feitelijke zetel in 1993 naar Curaçao verplaatste. Het ging om de fiscale behandeling van pensioenverplichtingen die aan de aandeelhouder, [A], waren toegekend en de vraag of het afzien van pensioenrechten door [A] bij de waardering van de pensioenvoorziening moest worden betrokken.
De rechtbank had de navorderingsaanslag verminderd, maar het hof bevestigde dat het afzien van pensioenrechten een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde. Het hof oordeelde dat er sprake was van een samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op het ontgaan van Nederlandse belastingheffing over de vrijval van pensioenreserves. De kans dat het voornemen om af te zien van pensioenrechten niet zou worden uitgevoerd, werd door het hof op 10% geschat.
Het hof vond dat de inspecteur niet verplicht was om bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag rekening te houden met het voornemen tot afstand doen van pensioenrechten, omdat dit voornemen toen nog niet bekend was. Ook werd geoordeeld dat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat het voornemen tot afstand doen van pensioenrechten al bij de overdracht van de pensioenvoorziening bestond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat het afzien van pensioenrechten een nieuw feit vormt dat navordering rechtvaardigt.