ECLI:NL:HR:2011:BT5842
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking vrijstelling grondwaterbelasting tot vergunningmaxima
Belanghebbende, houder van een warmte-koude-opslaginstallatie, ontving een naheffingsaanslag grondwaterbelasting over de jaren 2001-2004 wegens overschrijding van de in de vergunning vastgestelde maximale onttrekkingshoeveelheden. Na bezwaar en beroep werd het hof gevraagd te beoordelen of belanghebbende recht had op vrijstelling en infiltratiekorting volgens de Wet belastingen op milieugrondslag.
Het hof oordeelde dat ondanks de overschrijding van de vergunningmaxima, belanghebbende aanspraak kon maken op de vrijstelling omdat de installatie voldeed aan het doel van de wet. De minister stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling niet van toepassing is op onttrekkingen die de in de vergunning vastgestelde hoeveelheden overschrijden. De vergunningprocedure vormt het kader voor belangenafweging, en het is niet toegestaan om op grond van redelijke wetstoepassing voorbij te gaan aan de vergunningvoorwaarden. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrijstelling grondwaterbelasting beperkt is tot de in de vergunning vastgestelde maximale hoeveelheden.