ECLI:NL:HR:2011:BT6372
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweerexces en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte die op 9 augustus 2008 te Grave met een vuurwapen meerdere schoten op het slachtoffer heeft afgevuurd, waardoor het slachtoffer overleed. Verdachte voerde aan dat hij handelde uit noodweer en noodweerexces, omdat het slachtoffer agressief op zijn caravan bonkte en probeerde binnen te komen.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk dreigend gevaar voor verdachte of zijn vriendin, aangezien de ramen en deur van de caravan gesloten waren en het slachtoffer de deur niet kon openen. Het hof verwierp daarom het beroep op noodweer en noodweerexces.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en vond het niet onbegrijpelijk dat het hof geen onmiddellijk gevaar aannam. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat leidde tot een strafvermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot zeven jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verlaagde deze, terwijl het beroep in cassatie voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot zeven jaar en zes maanden; het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen.