ECLI:NL:HR:2011:BT6852

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02143
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

In deze zaak stond het verzoek tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing centraal. Verzoekers, woonachtig in Nederland, hadden tegen het besluit van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De Stichting Bureau Jeugdzorg van de provincie Drenthe en de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming Dordrecht waren verweerders in cassatie.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing werd toegewezen. In cassatie werden geen nieuwe verweren aangevoerd die aanleiding gaven tot vernietiging van het hofarrest.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde. De klachten van verzoekers konden niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het besluit tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing blijft in stand.

Uitspraak

7 oktober 2011
Eerste Kamer
11/02143
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. B. Akim Onyeisiagha,
t e g e n
DE STICHTING BUREAU JEUGDZORG VAN DE PROVINCIE DRENTHE, en/of DE STICHTING GEREFORMEERDE JEUGDBESCHERMING DORDRECHT,
gevestigd te Hoogeveen en Dordrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
wonende te Dordrecht,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en SGJ c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak JE RK 10-1953/370977 van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 september 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.079.033/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
SGJ c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2011.