ECLI:NL:HR:2011:BT7201
Hoge Raad
- Cassatie
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Herstel van dagvaarding mogelijk door herstelexploot vóór oorspronkelijke verschijndag
In deze cassatieprocedure stelde eiser dat het beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 april 2011 correct was ingesteld, ondanks dat de oorspronkelijk aangezegde verschijndag in de dagvaarding geen zittingsdag was. Eiser bracht op 16 augustus 2011 een herstelexploot uit waarin een nieuwe, geldige verschijndag werd aangezegd, vóór de oorspronkelijk onmogelijke datum.
De Hoge Raad bekeek de toepasselijkheid van artikel 125 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat binnen twee weken na de in de dagvaarding vermelde roldatum het uitbrengen van een herstelexploot toestaat. De Raad oordeelde dat herstel ook mogelijk is als het herstelexploot vóór de oorspronkelijke verschijndag wordt uitgebracht, mits deze datum onjuist was.
De Hoge Raad verleende het gevraagde verstek tegen Achmea, die niet was verschenen, en bevestigde hiermee dat het herstelexploot geldig was en het verzoek om verstekverlening toewijsbaar was. Dit arrest verduidelijkt de redelijke toepassing van procesrechtelijke regels omtrent digitale dagvaardingen en verschijndagen.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen Achmea en verklaart het herstelexploot geldig, waardoor het beroep in cassatie ontvankelijk is.