ECLI:NL:HR:2011:BT7504
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping verzet tegen dwangbevelen tot invordering verbeurde dwangsommen
In deze zaak stonden eisers, wonende te een woonplaats, tegenover de Gemeente Rotterdam, deelgemeente Overschie. Het geschil betrof het verzet tegen dwangbevelen tot invordering van verbeurde dwangsommen op grond van dwangsombesluiten. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met vonnissen van 1 maart 2006 en 16 mei 2007, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 4 mei 2010 een arrest uitbracht dat in cassatie werd aangevochten.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken en concludeerde dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eisers in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Het arrest werd op 9 december 2011 gewezen en in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.