ECLI:NL:HR:2011:BT7556

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhaal na voldoening als hoofdelijk medeschuldenaar van aan man toegedeelde schuld

De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw over de verdeling van schulden na hun scheiding. De vrouw had als hoofdelijk medeschuldenaar een schuld voldaan die aan de man was toegedeeld in de overeenkomst van scheiding en deling. De man vorderde verhaal van deze betaling.

De rechtbank en het gerechtshof hebben eerder uitspraak gedaan over dit geschil. De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de vrouw verscheen niet in cassatie. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de man niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kosten van het cassatiegeding worden aan de zijde van de vrouw op nihil gesteld.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel en Snijders en in het openbaar uitgesproken door Bakels op 14 oktober 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

14 oktober 2011
Eerste Kamer
10/04948
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 311340 CV 06-1607 van de kantonrechter te Zwolle van 7 november 2006 en 2 januari 2007;
b. het arrest in de zaak 107.001.692/01 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vrouw is verstek verleend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 oktober 2011.