ECLI:NL:HR:2011:BT8760
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoedingsmaatregel bij faillissement verdachte
In deze zaak stond de vraag centraal of het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Sr aan een verdachte in faillissement inbreuk maakt op de rechten van de schuldeisers. De verdediging stelde dat de maatregel de gelijkheid van schuldeisers in het faillissement omzeilt. Het hof had de maatregel opgelegd en overwogen dat het een zelfstandige strafrechtelijke maatregel betreft die beoogt de benadeelde te versterken in het herstel van de rechtmatige toestand.
De Hoge Raad bevestigde dat de maatregel niet in strijd is met de faillissementswet, met name artikel 24 Faillissementswet Pro, waarin is bepaald dat de boedel niet aansprakelijk is voor verbintenissen van de schuldenaar die na faillietverklaring zijn ontstaan, behalve voor zover de boedel daarvan is gebaat. Hierdoor wordt de positie van schuldeisers niet geschaad.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat het middel geen gegronde rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad handhaafde daarmee de beslissing van het hof en bevestigde de rechtmatigheid van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.