ECLI:NL:HR:2011:BU1281

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02537
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt formele rechtskracht van verzet tegen dwangbevel en last onder dwangsom

In deze zaak stond het verzet tegen een dwangbevel en de last onder dwangsom centraal. United Stevedores Amsterdam (USA) had in lagere instanties verzet aangetekend tegen een dwangbevel opgelegd door de Staat der Nederlanden. De rechtbank 's-Gravenhage wees het verzet af en het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel in een arrest van 2 maart 2010.

USA stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij zij de formele rechtskracht van het verzet en de last onder dwangsom aanvochten. De Staat concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en USA werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van United Stevedores Amsterdam wordt verworpen en de formele rechtskracht van het verzet tegen het dwangbevel en de last onder dwangsom wordt bevestigd.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/02537
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
UNITED STEVEDORES AMSTERDAM (USA) V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als USA en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 294021 / HA ZA 07-2697 van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 maart 2008;
b. het arrest in de zaak 200.007.319/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 maart 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft USA beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Keus strekt tot verwerping.
3. Beoordeling de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt USA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.