ECLI:NL:PHR:2011:BU1281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel en formele rechtskracht van last onder dwangsom in milieurechtelijke exportzaak
USA exploiteert een terrein in de haven van Amsterdam en kreeg in 2002 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van milieuregels omtrent export van afvalstoffen. Na geconstateerde overtredingen in 2006 legde de Staat dwangsommen op, waartegen USA verzet aantekende. Zowel de rechtbank als het hof wezen het verzet af. USA stelde in cassatie dat zij onterecht als overtreder werd aangemerkt, omdat zij geen feitelijke macht had om de overtredingen te beëindigen.
De Hoge Raad bevestigde het beginsel van formele rechtskracht van de last onder dwangsom, waardoor de civiele rechter niet kan toetsen aan latere bestuursrechtelijke uitspraken over soortgelijke gevallen. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is om te beoordelen of een last terecht is opgelegd en dat het aan de verzetrechter is om uit te gaan van de geldigheid van de last.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat USA de mogelijkheid had om in bestuursrechtelijke procedures haar standpunten te verdedigen, maar dit niet heeft gedaan. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro werd verworpen, omdat USA zich via bestuursrechtelijke weg had kunnen verweren. Het hof had terecht geoordeeld dat USA als overtreder moest worden beschouwd en dat de invordering van de dwangsommen niet onrechtmatig was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van USA wordt verworpen en het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen.