ECLI:NL:HR:2011:BU2043

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 288 lid 1 onder b Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan schulden

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) heeft afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden, zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet.

Het geding in de feitelijke instanties betrof een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, waarbij de rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam eerder hadden geoordeeld dat verzoeker niet aan de vereiste goede trouw voldeed. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat dit oordeel onjuist was en stelde cassatieberoep in.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, aangezien de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

28 oktober 2011
Eerste Kamer
11/03245
EV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 301965/FT-RK 11.203 van de rechtbank Utrecht van 26 april 2011;
b. het arrest in de zaak 200.086.568 van het gerechtshof te Amsterdam van 11 juli 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 7 september 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 oktober 2011.