ECLI:NL:HR:2011:BU4803
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk hofuitspraak over heffingsrente vennootschapsbelasting 2006
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die op 31 juli 2007 ambtshalve werd verminderd zonder heffingsrentevergoeding. Tegen deze vermindering en de daaropvolgende beschikking over heffingsrente werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur werd afgewezen. De rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de inspecteursbesluiten, waarna het hof Arnhem-Leeuwarden het beroep deels gegrond verklaarde en belanghebbende een bedrag aan heffingsrente toekende.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte heffingsrente had toegekend over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2007 en vernietigde het arrest in zoverre. Voor het tijdvak van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2006 moet het rentenadeel wel worden gecompenseerd.
De Hoge Raad wees verder proceskostenveroordeling af en bevestigde daarmee de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van de vergoeding van heffingsrente bij ambtshalve verminderingen van voorlopige aanslagen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk hofuitspraak over heffingsrente voor periode 1 januari tot en met 31 juli 2007.