ECLI:NL:HR:2011:BU6598

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05574
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake vaststelling kinderalimentatie en draagkracht

In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal, waarbij de behoefte van de minderjarige en de draagkracht van de vader als alimentatieplichtige zijn beoordeeld door de lagere instanties. De vader, woonachtig in de Verenigde Staten, stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 september 2010.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten onderzocht en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad heeft het beroep van de vader verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door een kamer bestaande uit raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 2 december 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd.

Uitspraak

2 december 2011
Eerste Kamer
Nr. 10/05574
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J. van Steensel,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 328891/FA RK 09-480 van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 juli 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.048.014/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 september 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 december 2011.