ECLI:NL:HR:2011:BU7268
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schuldigerkenning bij overlijden in successierecht
Belanghebbende kreeg een aanslag in het recht van successie opgelegd waarbij de door haar moeder, de erflaatster, schuldig erkende bedragen niet als schuld in mindering werden gebracht. De Rechtbank Arnhem vernietigde de aanslag en stelde de schuld in aftrek, maar het Hof vernietigde dit oordeel en bevestigde dat de schuldigerkenningen pas bij overlijden opeisbaar waren en daarmee niet als schuld konden worden afgetrokken.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de schuldigerkenningen uit vrijgevigheid pas bij overlijden opeisbaar waren en dat deze daardoor vervallen bij het overlijden van de schenker, conform artikel 7:177 lid 1 BW Pro. De schenkingen waren niet tijdens het leven van de erflaatster uitgevoerd, waardoor zij niet in mindering konden worden gebracht op de successieaanslag.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Hof. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de schuldigerkenningen worden niet in mindering gebracht op de successieaanslag.