ECLI:NL:HR:2011:BU8923
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- A.H.T. Heisterkamp
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling voor vennootschapsbelasting na ontbinding zonder heropening vereffening
Belanghebbende was enig aandeelhouder en bestuurder van een BV die tot 1993 een advocatenpraktijk in Nederland uitoefende. Na emigratie en verplaatsing van de zetel van de BV naar het buitenland, werd de BV ontbonden en de vereffening beëindigd. Later werd aan de BV een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1993, die onherroepelijk vaststond.
De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor de navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende rente. De rechtbank en het hof oordeelden verschillend over de aansprakelijkheid, waarbij het hof de aansprakelijkstelling vernietigde wegens het ontbreken van een heropening van de vereffening van de BV.
De Hoge Raad bevestigt dat volgens artikel 49, lid 1, Invorderingswet 1990 aansprakelijkstelling niet mogelijk is zolang de belastingschuldige niet in gebreke is met betaling. Omdat de BV was ontbonden zonder heropening van de vereffening, kon niet worden aangenomen dat zij in gebreke was. Er is geen aanleiding om een uitzondering te maken zoals in eerdere arresten. Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en deze wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling zonder heropening van de vereffening is niet mogelijk.