ECLI:NL:HR:2012:BP7858
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing gunstiger sanctieregime bij wijziging regelgeving over afvaloverbrenging
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het zonder kennisgeving overbrengen van afval van kabels van het Verenigd Koninkrijk naar China via Nederland op of omstreeks 18 maart 2005, in strijd met de toen geldende EEG-Verordening nr. 259/93 (EVOA oud) en de Wet milieubeheer. Het hof had het verweer van de verdachte verworpen dat door latere wetswijzigingen de strafbaarheid was komen te vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wijziging van de EVOA per 12 juli 2007 niet voortvloeit uit een gewijzigd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van het vóór die wijziging gepleegde feit, zodat art. 1, tweede lid, Sr niet van toepassing is op de delictsomschrijving zelf. Wel is het sanctieregime ten gunste van de verdachte gewijzigd, aangezien de nieuwe regeling een lagere strafmaximaal kent.
Daarom moet het hof het mildere sanctieregime toepassen bij de strafoplegging. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting in dat onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest inzake strafoplegging en wijst de zaak terug voor toepassing van het mildere sanctieregime.