ECLI:NL:HR:2012:BT1783
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof Arnhem wegens onvoldoende motivering strafoplegging bij onrechtmatige aanhouding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. De verdediging stelde dat de aanhouding en fouillering van verdachte onrechtmatig waren wegens het ontbreken van een redelijke verdenking, wat volgens artikel 359a Sv strafvermindering zou moeten rechtvaardigen.
Het Hof oordeelde dat de aanhouding niet in relatie stond tot de tenlastegelegde feiten en wees strafvermindering af. De Hoge Raad stelt echter vast dat het Hof zelf voor de bewezenverklaring heeft aangenomen dat verdachte samen met een medeverdachte werd aangehouden waarbij drugs werden aangetroffen, wat impliceert dat er wel een relatie is tussen de aanhouding en de feiten. Hierdoor is het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het Hof Arnhem voor hernieuwde berechting. De rest van het beroep wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een deugdelijke motivering bij het al dan niet toepassen van strafvermindering wegens onrechtmatige bewijsvergaring.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.